×
js_loader

Geen producten in de winkelwagen.

BDNF: wat is het en wat zegt wetenschappelijk onderzoek?

Inhoudsopgave

BDNF (Brain-Derived Neurotrophic Factor) is een eiwit dat behoort tot de neurotrofine-familie en de afgelopen decennia een onderwerp van intensief neurowetenschappelijk onderzoek is geweest. In dit artikel lees je wat BDNF is, welke rol het speelt in de neurobiologie en wat wetenschappelijk onderzoek heeft onderzocht.

Wat is BDNF?

BDNF is de afkorting van brain-derived neurotrophic factor, in het Nederlands: een uit de hersenen afkomstige neurotrofe factor. Neurotrofinen zijn signaaleiwitten. Zij komen voor in het zenuwstelsel en maken deel uit van de communicatie tussen zenuwcellen. BDNF is dus geen vitamine, hormoon of afzonderlijk voedingsmiddel, maar een lichaamseigen eiwit.

De naam BDNF kreeg vorm nadat Barde, Edgar en Thoenen in 1982 in een laboratoriumstudie een nieuwe neurotrofe factor uit zoogdierenhersenen isoleerden.[1] Die ontdekking maakte onderzoek mogelijk naar de rol van deze factor in verschillende delen van het zenuwstelsel.

Op celniveau kan BDNF zich binden aan de TrkB-receptor (tropomyosin receptor kinase B). Deze receptor zet een reeks signaalroutes in gang. In de wetenschappelijke literatuur worden daarbij onder meer routes met PI3K/Akt, MAPK/ERK en CREB beschreven. Dat klinkt technisch, maar de kern is eenvoudig: BDNF en TrkB vormen samen een veelbestudeerd signaalsysteem in zenuwcellen.

BDNF in het brein: hippocampus, neuroplasticiteit en synapsen

BDNF komt in meerdere hersengebieden voor. De hippocampus krijgt in onderzoek vaak extra aandacht. Dit gebied is betrokken bij het vormen en ophalen van bepaalde herinneringen en is rijk aan BDNF- en TrkB-signalen.

Ook begrippen als neuroplasticiteit en synaptogenese komen vaak naast BDNF voor. Neuroplasticiteit is het vermogen van het zenuwstelsel om verbindingen en activiteitspatronen aan te passen. Synaptogenese betekent de vorming van synapsen: contactpunten waarop zenuwcellen met elkaar communiceren. In cel- en dieronderzoek wordt BDNF/TrkB-signaaloverdracht onderzocht in relatie tot zulke processen. Dat beschrijft de neurobiologie, maar is geen voorspelling van een effect bij één persoon.

Een nuance is belangrijk: BDNF kan in bloed worden gemeten, maar een bloedwaarde is niet hetzelfde als een directe meting in de hersenen. Waarden kunnen bovendien samenhangen met bijvoorbeeld meetmethode, inspanning vlak vóór een bloedafname, leeftijd en gezondheidssituatie. Daarom zijn losse BDNF-waarden lastig te duiden buiten een onderzoekscontext.

Leefstijlfactoren die in verband zijn gebracht met BDNF-niveaus

Wie zoekt op BDNF verhogen, vindt vaak korte en stellige adviezen. De wetenschappelijke werkelijkheid is genuanceerder: studies meten vooral associaties of tijdelijke verschillen in perifere BDNF-niveaus. Drie leefstijfthema’s komen geregeld terug.

1. Beweging

Rasmussen en collega’s onderzochten acht gezonde, getrainde mannen die vier uur roeiden; met bloedmonsters uit slagader en halsader maten zij tijdens de inspanning een grotere BDNF-afgifte vanuit de hersenen dan in rust.[2] Een meta-analyse van Szuhany en collega’s bundelde 29 studies met in totaal 1.111 deelnemers en rapporteerde verschillen in perifere BDNF-concentraties na een losse beweegsessie en bij regelmatige training.[3] Deze bevindingen zeggen niet dat iedere sportvorm of trainingsduur hetzelfde patroon geeft.

2. Slaap

Een systematische review en meta-analyse van Palagini en collega’s vergeleek in acht case-controlstudies mensen met slapeloosheid (n=446) met controlegroepen (n=706) en rapporteerde gemiddeld verschillende perifere BDNF-niveaus; de auteurs benadrukten kleine steekproeven, heterogeniteit en het cross-sectionele karakter.[4] Zo’n vergelijking laat een samenhang zien, maar kan niet bepalen of slaap de oorzaak is van de gemeten waarde of andersom.

3. Voeding

Bij voeding is de onderbouwing nog wisselender. Een systematische review van klinische voedingsinterventies bij volwassenen selecteerde dertien studies en vond uiteenlopende uitkomsten; voor bepaalde vasten- en energiebeperkende patronen werden veranderingen in BDNF gerapporteerd, terwijl andere interventies weinig of geen verschil lieten zien.[5] De onderzoekers concludeerden dat meer goed opgezette studies nodig zijn. Een gevarieerd voedingspatroon is daarom zinvoller dan het najagen van één biomarker.

Wetenschappelijk onderzoek naar BDNF: vier onderzoekslijnen

Hieronder staan vier voorbeelden die laten zien hoe verschillend BDNF-onderzoek kan zijn. Let steeds op wie er is onderzocht, wat er is gemeten en in welke context.

  1. Ontdekking in het lab. Barde, Edgar en Thoenen isoleerden in 1982 een neurotrofe factor uit zoogdierenhersenen in laboratoriumomstandigheden.[1] Dit fundamentele onderzoek legde een basis voor het latere BDNF-onderzoek; het was geen interventiestudie bij mensen.
  2. Een inspanningsprotocol bij mensen. Rasmussen en collega’s maten bij acht gezonde, getrainde mannen tijdens vier uur roeien de netto BDNF-afgifte van de hersenen via arterieel-jugulaire bloedmonsters.[2] Het betrof een kleine, specifieke groep en een langdurige inspanning, waardoor de uitkomst niet één op één naar het dagelijks leven is te vertalen.
  3. Een trainingsstudie bij ouderen. Erickson en collega’s volgden 120 oudere volwassenen gedurende één jaar in een gerandomiseerde studie met wandelen of rek- en toningsoefeningen.[6] Zij rapporteerden veranderingen in hippocampusvolume en een samenhang tussen verandering in serum-BDNF en verandering in het voorste hippocampusvolume; de groepen verschilden niet aantoonbaar in de verandering van serum-BDNF.
  4. Bundeling van studies. Szuhany en collega’s combineerden 29 menselijke studies over beweging en perifere BDNF-metingen.[3] De auteurs rapporteerden gemiddelde verschillen na acute inspanning, maar ook verschillen tussen onderzoeksopzetten, metingen en deelnemers. Dat is precies waarom een meta-analyse richting geeft, maar geen individueel resultaat belooft.

Voedingsstoffen in relatie tot BDNF

In blogs over een BDNF supplement worden vaak Lion’s Mane, Bacopa en magnesium L-threonaat genoemd. Het is goed om het type bewijs per stof apart te bekijken. De onderzoeken hieronder zijn geen gezondheidsclaims voor een product.

Lion’s Mane (Hericium erinaceus)

Chiu en collega’s onderzochten een erinacine-A-verrijkt myceliumextract van Lion’s Mane bij muizen die aan herhaalde stress waren blootgesteld; zij rapporteerden veranderingen in de BDNF/TrkB-signaalroute in dit diermodel.[7] Het ging om een specifiek extract, doseringen in mg/kg en een muizenmodel. Dat is niet gelijk aan een effect van een reguliere Lion’s-Mane-capsule bij mensen.

Bacopa (Bacopa monnieri)

Rauf en collega’s onderzochten een Bacopa-extract bij ratten in een model met chronische onvoorspelbare stress en maten BDNF, Akt en CREB in de hippocampus.[8] In dat diermodel werden verschillen tussen groepen gerapporteerd. Door het diermodel, de gebruikte dosis en de onderzoekscontext kunnen deze gegevens niet worden vertaald naar bewezen gezondheidseffecten bij mensen.

Magnesium L-threonaat

Abumaria en collega’s onderzochten magnesium L-threonaat bij ratten en maten onder andere BDNF-expressie en synaptische parameters in de prefrontale cortex.[9] Bij een ander menselijk onderzoek naar magnesiumoxide werd na acht weken geen aantoonbaar verschil in serum-BDNF tussen de onderzoeksgroepen gevonden.[10] Samen illustreren deze studies waarom het niet juist is om van een magnesiumvorm te zeggen dat die BDNF verhoogt.

** Deze informatie is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar afzonderlijke ingrediënten en geldt niet als gezondheidsclaim voor dit product.

Wil je de vorm, de EFSA-toegestane magnesiumclaims en de beperkingen van het onderzoek beter begrijpen? Lees dan ook onze blog over magnesium L-threonaat.

Waarom ‘BDNF verhogen’ geen productclaim is

De formulering ‘BDNF verhogen’ is geen toegestane productclaim. BDNF is een biologische marker die in onderzoek wordt gemeten; een verandering in die marker is niet automatisch een vastgesteld gezondheidseffect. Voor voedingssupplementen mogen alleen geautoriseerde gezondheidsclaims worden gebruikt, en een claim dat een product BDNF verhoogt is daar niet bij.

Daarom is de zorgvuldige formulering: in studies werden associaties gemeten tussen een leefstijlfactor of stof en BDNF-niveaus. Dat onderscheid voorkomt dat onderzoek naar een biomarker wordt gepresenteerd als een belofte voor een supplement of voor een individuele gebruiker.

Voor wie is BDNF als onderwerp interessant?

BDNF kan interessant zijn als je graag begrijpt hoe neurowetenschappers neuroplasticiteit, synapsen en hersengebieden zoals de hippocampus bestuderen. Ook voor wie beweging, slaap of voeding vanuit een wetenschappelijke invalshoek wil bekijken, biedt dit onderwerp aanknopingspunten. Heb je klachten, gebruik je medicatie of overweeg je een supplement? Bespreek vragen die op jouw situatie betrekking hebben met een arts of apotheker.

Voor bredere informatie over keuzes rond leefstijl en energie kun je terecht bij de Energie & vermoeidheid-hub van Orthovitality.

BDNF-Essentials bekijken

Bekijk BDNF-Essentials bij Orthovitality →

BDNF-Essentials is een voedingssupplement met groene-thee-extract, curcumine, resveratrol en een vitamine-B-complex. De keuze voor een product zegt niets over de effectiviteit van deze stoffen voor een individuele gebruiker. Volg altijd het etiket en de gebruiksaanwijzing.

Disclaimer

Dit supplement is geen geneesmiddel en is niet bedoeld voor de diagnose, behandeling, genezing of preventie van enige ziekte.

** Claims over cognitie en botanicals zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en zijn niet goedgekeurd door de EU als gezondheidsclaim.

De aangehaalde studies betreffen veelal laboratoriumonderzoek of diermodellen. Deze bevindingen kunnen niet worden vertaald naar bewezen gezondheidseffecten bij mensen.

Wetenschappelijke bronnen
  1. Barde YA, Edgar D, Thoenen H. (1982). Purification of a new neurotrophic factor from mammalian brain. The EMBO Journal, 1(5), 549–553. Bekijk studie
  2. Rasmussen P, et al. (2009). Evidence for a release of brain-derived neurotrophic factor from the brain during exercise. Experimental Physiology, 94(10), 1062–1069. Bekijk studie
  3. Szuhany KL, Bugatti M, Otto MW. (2015). A meta-analytic review of the effects of exercise on brain-derived neurotrophic factor. Journal of Psychiatric Research, 60, 56–64. Bekijk studie
  4. Palagini L, et al. (2023). Peripheral brain-derived neurotrophic factor (BDNF) in insomnia: A systematic review and meta-analysis. Sleep Medicine Reviews, 67, 101738. Bekijk studie
  5. Alizadeh S, et al. (2026). The effect of dietary interventions on brain-derived neurotrophic factor (BDNF) levels in adults: a systematic review of clinical trials. BMC Nutrition. Bekijk studie
  6. Erickson KI, et al. (2011). Exercise training increases size of hippocampus and improves memory. Proceedings of the National Academy of Sciences, 108(7), 3017–3022. Bekijk studie
  7. Chiu CH, et al. (2018). Erinacine A-Enriched Hericium erinaceus Mycelium Produces Antidepressant-Like Effects through Modulating BDNF/PI3K/Akt/GSK-3β Signaling in Mice. International Journal of Molecular Sciences, 19(2), 341. Bekijk studie
  8. Rauf A, et al. (2017). Reversion of BDNF, Akt and CREB in hippocampus of chronic unpredictable stress induced rats: effects of phytochemical, Bacopa monnieri. Psychiatry Investigation, 14(1), 74–80. Bekijk studie
  9. Abumaria N, et al. (2011). Effects of elevation of brain magnesium on fear conditioning, synaptic plasticity and the expression of BDNF. Journal of Neuroscience, 31(42), 14871–14881. Bekijk studie
  10. Khademian F, et al. (2021). The effects of magnesium supplementation on serum level of brain derived neurotrophic factor in patients with depression. Journal of Affective Disorders. Bekijk studie