×
js_loader

Geen producten in de winkelwagen.

DHEA: wat is het, hoe werkt het en wat zegt onderzoek?

DHEA: wat is het, hoe werkt het en wat zegt onderzoek?

DHEA (dehydroepiandrosteron) is kwantitatief een van de meest voorkomende steroïden in het menselijk lichaam. De stof wordt aangemaakt in de bijnierschors en is de afgelopen decennia onderwerp van uitgebreid wetenschappelijk onderzoek.

De belangstelling voor DHEA komt vooral voort uit twee vragen: welke rol speelt deze hormoonprecursor in de normale fysiologie, en wat betekent de natuurlijke verandering van de DHEA-waarden gedurende het leven? In dit artikel lees je wat DHEA is, hoe de aanmaak wordt gereguleerd en wat met adrenopauze wordt bedoeld.

Wat is DHEA?

DHEA is de afkorting van dehydroepiandrosteron. Het is een steroïdehormoon: een molecuul met vier aaneengesloten koolstofringen. De molecuulformule is C19H28O2; de systematische naam is 3β-hydroxyandrost-5-en-17-one.[6] Die structuur plaatst DHEA in dezelfde grote familie als onder meer cortisol, testosteron en oestrogenen.

DHEA wordt vaak een prohormoon of hormoonprecursor genoemd. Dat betekent dat cellen het, afhankelijk van de aanwezige enzymen, kunnen omzetten in andere steroïdhormonen. De omzetting is lokaal: verschillende weefsels beschikken over verschillende enzymen. Daarom is er geen eenvoudige, voor iedereen gelijke route van DHEA naar één eindhormoon.

In bloed komt DHEA naast zijn gesulfateerde vorm voor: DHEAS (dehydroepiandrosteronsulfaat). DHEAS circuleert doorgaans in hogere concentraties en langer in het bloed. Bij onderzoek naar de bijnierfunctie wordt om die reden vaak DHEAS gemeten; een uitslag vraagt altijd om interpretatie door een arts.

Aanmaak en regulering: de DHEA-bijnierschors

De belangrijkste productieplaats van DHEA is de zona reticularis, de binnenste laag van de bijnierschors. De bijnieren liggen boven op de nieren en maken meerdere steroïdhormonen. De grondstof voor deze hormonen is cholesterol. Via een reeks enzymstappen kan daaruit onder meer DHEA ontstaan.

De centrale aansturing verloopt vooral via de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as. Het hypofysehormoon ACTH geeft de bijnierschors een signaal dat betrokken is bij de productie van DHEA en DHEAS. Gonadotropines, zoals LH en FSH, zijn daarentegen vooral betrokken bij de hormoonproductie in de eierstokken en testes. Zij zijn dus niet de primaire regelaar van DHEA uit de bijnierschors, maar zijn wel relevant voor de bredere hormonale context.

De leeftijdscurve van DHEA is opvallend. Rond de kinderleeftijd neemt de productie toe; dit proces heet adrenarche. De waarden bereiken meestal een hoog punt in de jongvolwassenheid en nemen daarna geleidelijk af. Een gerandomiseerde studie gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences (Baulieu et al., 2000, n=280) beschreef deze leeftijdsgebonden afname als achtergrond voor onderzoek bij gezonde mannen en vrouwen van 60 tot 79 jaar.[1] De snelheid en hoogte van de verandering verschillen per persoon. Een waarde zegt daarom op zichzelf weinig zonder medische duiding.

Adrenopauze: een beschrijvende term voor de leeftijdscurve

Adrenopauze is de wetenschappelijke term voor de geleidelijke daling van de aanmaak en bloedspiegels van DHEA en DHEAS met het ouder worden. De term verwijst naar de bijnier (adrenal) en moet niet worden verward met de menopauze. Menopauze is een afgebakende levensfase rond het stoppen van de menstruatie; adrenopauze is geen scherp omslagpunt, geen diagnose en kent geen vaste leeftijd waarop zij “begint”.

In de literatuur wordt de daling vaak zichtbaar vanaf de volwassen jaren en duidelijker op hogere leeftijd. Dat is een populatiepatroon, geen voorspellende regel voor één individu. Zowel biologische variatie als meetmethode, tijdstip van bloedafname en gebruik van medicijnen kunnen een uitslag beïnvloeden. Juist omdat DHEA onderdeel is van een netwerk van steroïdhormonen, is het niet verantwoord om een individuele laboratoriumuitslag zelfstandig als behandeladvies te gebruiken.

Wat zegt het wetenschappelijk onderzoek naar DHEA?

DHEA-onderzoek is divers. Studies verschillen in deelnemers, uitgangswaarden, dosis, duur en gemeten uitkomsten. Daardoor is een losse uitkomst nooit hetzelfde als een algemene conclusie over DHEA of een supplement. Hieronder staan vijf voorbeelden, met steeds de onderzoekscontext.

1. De DHEAge Study bij gezonde ouderen

Een gerandomiseerde, dubbelblinde studie gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences (Baulieu et al., 2000, n=280) onderzocht 50 mg DHEA per dag tegenover placebo bij gezonde mannen en vrouwen van 60 tot 79 jaar, gedurende één jaar. De onderzoekers rapporteerden dat DHEAS-waarden in de DHEA-groep veranderden richting het bereik dat bij jongere volwassenen wordt gezien, en beschreven leeftijds- en geslachtsverschillen in diverse gemeten parameters. De auteurs benadrukten dat langere klinische studies nodig bleven.[1]

2. De DAWN-studie en botmetingen

Een gerandomiseerde, dubbelblinde studie gepubliceerd in Osteoporosis International (von Mühlen et al., 2008, n=225) onderzocht 50 mg DHEA per dag tegenover placebo bij gezonde, zelfstandig wonende volwassenen van 55 tot 85 jaar, gedurende twaalf maanden. De onderzoekers rapporteerden bij vrouwen verschillen tussen groepen in de meting van botmineraaldichtheid van de lumbale wervelkolom en in een marker voor botresorptie; bij mannen werden deze verschillen niet gerapporteerd. Ook noteerde de studie uitval en ongewenste voorvallen, wat onderstreept dat onderzoeksresultaten altijd samen met veiligheidsgegevens gelezen moeten worden.[2]

3. De DAWN-studie en cognitieve testen

Een gerandomiseerde, dubbelblinde studie gepubliceerd in het Journal of the American Geriatrics Society (Kritz-Silverstein et al., 2008, n=225) onderzocht 50 mg DHEA per dag tegenover placebo bij gezonde volwassenen van 55 tot 85 jaar, gedurende één jaar. De onderzoekers rapporteerden geen verschil tussen de groepen in de verandering van cognitieve tests of vragenlijsten over welzijn. Dit voorbeeld laat zien waarom het belangrijk is om niet één mogelijk mechanisme te verwarren met een vastgesteld resultaat in alle onderzochte uitkomsten.[3]

4. Glucosetolerantie in een afgebakende groep

Een gerandomiseerde, dubbelblinde studie gepubliceerd in Aging (Weiss et al., 2011, n=125) onderzocht 50 mg DHEA per dag tegenover placebo bij mannen en vrouwen van 65 tot 75 jaar, gedurende het eerste jaar van een onderzoek met daarna een open vervolg. De onderzoekers rapporteerden binnen de deelnemers met een afwijkende glucosetolerantietest bij aanvang verschillen in glucosetolerantie en enkele bloedwaarden; bij deelnemers met een normale uitgangstest rapporteerden zij dat patroon niet. De studiecontext is dus specifiek en kan niet worden vertaald naar een algemene producteigenschap.[4]

5. Een systematische beoordeling bij postmenopauzale vrouwen

Een systematische review en meta-analyse gepubliceerd in het Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism (Elraiyah et al., 2014, 23 gerandomiseerde studies met 1.188 postmenopauzale vrouwen) onderzocht systemische DHEA in vergelijking met placebo bij vrouwen met een normale bijnierfunctie. De auteurs rapporteerden, bij een lage zekerheid van bewijs, geen consistente verschillen voor verschillende geselecteerde uitkomsten. Een overzicht als dit weegt meerdere onderzoeken samen, maar de conclusie blijft gebonden aan de onderzochte populatie en de kwaliteit van de onderliggende studies.[5]

Zo lees je DHEA-onderzoek zorgvuldig:

  • Kijk eerst naar wie er zijn onderzocht: leeftijd, geslacht, uitgangswaarden en medische situatie maken verschil.
  • Let op dosis en studieduur. Een onderzoeksprotocol is geen persoonlijk gebruiksadvies.
  • Lees uitkomsten naast beperkingen, uitval en ongewenste voorvallen.
  • Maak onderscheid tussen een verandering in een bloedwaarde en een medische conclusie.
  • Zie een studie nooit als een gezondheidsclaim voor een DHEA-supplement.

Regelgeving en veiligheid

DHEA valt in Nederland en België onder de wetgeving voor voedingssupplementen, maar wordt door sommige nationale instanties ook beschouwd als stof met hormonale activiteit. Afhankelijk van het land kan DHEA vallen onder aanvullende regelgeving. De NVWA heeft geen specifieke gezondheidsclaims voor DHEA goedgekeurd. De NVWA heeft geen gezondheidsclaims voor DHEA goedgekeurd. DHEA kan vallen onder aanvullende regelgeving afhankelijk van het land.

De wettelijke status, verkoopvoorwaarden en het zorgpad kunnen per land verschillen en veranderen. Controleer de actuele regelgeving in jouw land en laat je bij twijfel informeren door een arts, apotheker of instantie. Dit artikel geeft geen diagnose, persoonlijk behandeladvies of doseringsadvies.

Omdat DHEA hormoonactiviteit kan hebben en de omzetting in het lichaam per persoon verschilt, is extra voorzichtigheid passend. Raadpleeg altijd eerst een arts, zeker bij zwangerschap of borstvoeding, een hormoongevoelige aandoening, een voorgeschiedenis van kanker, onverklaarde klachten, gebruik van medicijnen of een geplande bloedtest. Bespreek ook een mogelijke invloed op laboratoriumwaarden met de behandelaar die het onderzoek aanvraagt.

Veelgestelde vragen over DHEA

Is DHEA een hormoon?

DHEA is een steroïdehormoon en wordt vaak hormoonprecursor genoemd. In weefsels kan omzetting naar andere steroïdhormonen plaatsvinden. De precieze omzetting verschilt per weefsel en persoon.

Wat is het verschil tussen DHEA en DHEAS?

DHEAS is de gesulfateerde vorm van DHEA. Deze vorm circuleert langer en in hogere concentraties in het bloed. Daarom wordt DHEAS vaak meegenomen in laboratoriumonderzoek.

Is adrenopauze hetzelfde als menopauze?

Nee. Adrenopauze beschrijft de geleidelijke afname van DHEA en DHEAS met de leeftijd bij alle geslachten. Menopauze verwijst naar de levensfase rond het definitief uitblijven van de menstruatie.

Wanneer is een DHEAS-bepaling zinvol?

Dat is een medische afweging. Een arts beoordeelt of laboratoriumonderzoek passend is en plaatst een uitslag naast jouw medische voorgeschiedenis, medicatie en andere waarden.

Zijn alle uitkomsten van DHEA-onderzoek hetzelfde?

Nee. Studies gebruiken verschillende populaties, onderzoeksduren en uitkomstmaten. De vijf voorbeelden hierboven laten zien dat uitkomsten per doelgroep en vraagstelling kunnen verschillen.

Komt DHEA rechtstreeks uit voeding?

Het lichaam maakt DHEA zelf via steroïdhormoonroutes. Cholesterol is een grondstof in die routes, maar een voedingsmiddel is niet gelijk aan DHEA en geeft geen voorspelbare DHEA-waarde.

DHEA-supplementen bij Orthovitality

Wil je de productinformatie bekijken, lees dan de pagina van Allergy Research Group DHEA 10 mg. De keuze voor een product zegt niets over de effectiviteit van deze stof voor een individuele gebruiker. Raadpleeg voor een meer praktische productgids ook onze bestaande DHEA-gids: wat is het en voor wie?

Disclaimer

Dit supplement is geen geneesmiddel en is niet bedoeld voor de diagnose, behandeling, genezing of preventie van enige ziekte.

** Deze informatie en de beschreven onderzoeksbevindingen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en zijn niet goedgekeurd door de EU als gezondheidsclaim.

Wanneer resultaten uit laboratoriumonderzoek of diermodellen worden aangehaald, kunnen deze niet worden vertaald naar bewezen gezondheidseffecten bij mensen. De vijf hierboven beschreven onderzoeken betreffen mensen; ook deze bevindingen vormen geen gezondheidsclaim voor een supplement.

Raadpleeg altijd een arts voordat je deze stof inneemt. Controleer de actuele regelgeving in jouw land.

Wetenschappelijke bronnen
  1. Baulieu, E.-E. et al. (2000). Dehydroepiandrosterone (DHEA), DHEA sulfate, and aging: Contribution of the DHEAge Study to a sociobiomedical issue. Proceedings of the National Academy of Sciences, 97(8), 4279–4284. Bekijk studie
  2. von Mühlen, D. et al. (2008). Effect of dehydroepiandrosterone supplementation on bone mineral density, bone markers, and body composition in older adults: the DAWN trial. Osteoporosis International, 19(5), 699–707. Bekijk studie
  3. Kritz-Silverstein, D. et al. (2008). Effects of dehydroepiandrosterone supplementation on cognitive function and quality of life: The DHEA and Well-Ness trial. Journal of the American Geriatrics Society, 56(7), 1292–1298. Bekijk studie
  4. Weiss, E. P. et al. (2011). Dehydroepiandrosterone replacement decreases insulin resistance and lowers inflammatory cytokines in aging humans. Aging, 3(5), 533–542. Bekijk studie
  5. Elraiyah, T. et al. (2014). The benefits and harms of systemic dehydroepiandrosterone in postmenopausal women with normal adrenal function: a systematic review and meta-analysis. Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism. Bekijk studie
  6. National Center for Biotechnology Information. Dehydroepiandrosterone: compound summary. Bekijk bron